Mijn hart klopt in mijn keel.

En als ik begin te praten, merk ik dat mijn mond helemaal droog is geworden.

Al mijn moed heb ik bij elkaar geraapt, om na afloop van een sessie bij een congres niet op één maar op twee sprekers af te stappen.

Ik heb me het afgelopen uur behoorlijk zitten opwinden.

Over de man die nu voor me staat, die een betoog houdt over de interpretatie van statistieken van wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld. Fijnstof een probleem? Ach, tien jaar geleden was het veel erger!

En zo noemt hij nog minstens twintig voorbeelden op. De boodschap is dat we wat vaker onze positieve bril op moeten zetten, om de werkelijkheid geen geweld aan te doen.

Tot we bij de statistieken van overgewicht komen. De laatste dertig jaar is het aantal mensen met overgewicht enorm gestegen, zo laat een dreigende grafiek in de presentatie zien. ‘Dit is echt een heel groot probleem’, onderstreept de spreker nog maar eens en hij kijkt met een ernstige blik de zaal in.

Al die dikke mensen, het is een ernstig probleem

En ik kan het niet helpen, maar ik voel me persoonlijk aangesproken. Ok, ik ben weer het probleem, want ik heb overgewicht. Een ernstig probleem ben ik. Afvallen moet ik, want de samenleving ziet mij als een ernstig probleem. Een duur probleem nog wel.

Ik begin al boos te worden. En bedenk me dan, dat als je een veel kortere periode – de laatste jaren  – bekijkt, het aantal mensen met overgewicht juist stabiliseert. Ik check het nog even snel op mijn telefoon. Verrek, ik heb gelijk. Dus deze spreker die ons aanmoedigt om wat vaker een positief beeld te schetsen van onderzoeksresultaten, die kiest er uitgerekend bij dit (voor mij gevoelige) onderwerp voor om zijn donkerste zonnebril weer op te zetten?

Ik durf het plenair niet aan te kaarten, maar dit laat ik niet op me zitten!

wondervol bij evenement foto eric brinkhorst

Foto: Eric Brinkhorst

De schurk is, dik, lelijk en rijk

De vorige spreker, wist me ook al op de kast te krijgen.

Hij vertelt over een onderzoek dat hij deed naar een hooggeplaatst persoon in de landelijke politiek die betrapt is op frauduleuze praktijken. Ondersteund met beeldmateriaal op een groot scherm, van de schurk. De schurk is niet knap, hij is dik en lelijk en rijk en rijdt in een veel te dikke auto ook nog.

Er worden grapjes gemaakt. De zaal lacht. Haha, die schurk, die dikke schurk met zijn dikke auto! Grappig!

Het is het laatste zetje dat ik nodig heb om na afloop van deze laatste spreker naar voren te lopen.

Verdiep je daar maar eens in!

Eerst vertel ik de statistiekenman over zijn opmerkelijke manier van onderzoeksresultaten presenteren. ‘En doe niet alsof overgewicht nu het belangrijkste gezondheidsprobleem is’, bijt ik hem toe. ‘ Zoek dat maar eens uit. Er zijn verschillende onderzoeken die aantonen dat gewicht niets zegt over de mate van gezondheid. Verdiep je maar eens in Health at Every Size. En bovendien… toen ik op de basisschool zat werd ik gewaarschuwd voor alcohol, roken, drugs… maar het ergste wat je nu kunt doen op de basisschool is met je gewicht een beetje boven de curve zitten.’

Mag je dan nergens meer grapjes over maken?

Dan richt ik me op mijn volgende slachtoffer. Eng vind ik het. Mijn keel is nog steeds kurkdroog. Groot respect heb ik voor deze onderzoeksjournalist die al heel wat tegels heeft gelicht. Ik vertel hem dat ook, dat ik hem bewonder. En dat ik het jammer vind dat hij grapjes maakt over het overgewicht van de hotemetoot wiens doopceel hij heeft gelicht.

‘Je mag ook nergens meer grapjes over maken tegenwoordig?’, werpt hij tegen.

Ik leg uit dat dit soort grapjes, waar de hele zaal om moet lachen, mij -als dik persoon-  vertellen: als je dik bent, ben je niet ok.

‘Toen je aan kwam lopen, zag ik je helemaal niet als een dik iemand’, zegt hij dan. Ik zit inmiddels naast hem en voel zijn blik over mijn postuur glijden.

Hij probeert misschien aardig te zijn (alsof ik me gevleid moet voelen dat iemand me niet ziet als de obese persoon die ik ben…), maar geeft weinig blijk van dat hij snapt waar het mij om gaat.

We praten er nog een poosje over door en ik heb het idee dat hij het langzaam begint te begrijpen. Hij zegt me dat hij het goed vindt dat ik hem hierop heb aangesproken en dat hij hier in het vervolg aan gaat denken.

Ik ben het zo zat!

De gesprekken spoken nog dagenlang door mijn hoofd. Het is een druppel op een gloeiende plaat, maar ik ben het zo zat, om hier mijn mond over te houden. Het moet maar eens afgelopen zijn met het stigmatiseren van mensen met overgewicht. Mijn omgeving is gewaarschuwd…

Hoe doe jij dat?

Trek jij wel eens je mond open bij dit soort situaties? En heb je dan ook dat na afloop opeens allemaal rake zinnen opduiken die je eigenlijk had willen zeggen?