Dit is Anesca en zij heeft Barack Obama geïnterviewd en ontmoette Nelson Mandela verschillende keren! Zo word ik bij de talkshow van Lucinda Douglas voorgesteld aan Anesca Smith. Anesca is een journaliste en politiek verslaggever uit Zuid-Afrika die in Nederland werkt aan haar eigen kledinglijn. Ik ben onder de indruk van haar en als ik zie dat zij de zaal verlaat, moet ik het haar vragen: die kledinglijn is dat ook voor plus size? ‘Natuurlijk!’, zegt ze.

wondervol en Anesca Smith van We Be Sisters

We Be Sisters

Dus daar moet ik natuurlijk meer van weten! Ik ging er eerlijk gezegd een beetje van uit dat die kledinglijn iets zou zijn waar ik over een jaar ofzo meer over ging horen. Maar nee hoor, vlak na mijn eerste ontmoeting zie ik de eerste Facebookpost van We Be Sisters, zoals het label van Anesca heet.

‘Ik had meteen allemaal bestellingen’, vertelt Anesca (40) blij! Ze vertelt dat zij is opgegroeid in het  dorpje Saron, 150 kilometer van Kaapstad. Acht jaar lang was zij politiek verslaggever voor de landelijke uitgeverij Media24.

Anesca van We Be Sisters

My job is defining me

Twee jaar lang werkt zij als buitenlandcorrespondent in Londen en als zij terugkomt om weer als verslaggever in Zuid-Afrika te werken, krijgt zij het gevoel dat haar werk bepalend is voor wie zij is. ‘My job was defining me’, omschrijft Anesca dit gevoel. ‘En ik wilde me daarvan verlossen.’

Ze besluit om te gaan studeren in het buitenland. Ze wil dat gaan doen in Denemarken. Door een fout in de aanmeldingsformulieren komt zij vier jaar geleden bij Wittenborg University in Apeldoorn terecht. Een maand nadat zij is geland op Schiphol, ontmoet zij haar huidige man, met wie zij in Arnhem woont.

Kleren lijken niet gemaakt voor mij

In Nederland merkt Anesca dat zij het lastig vindt om kleding te vinden. ‘Ik draag maat 44/46 en op een of andere manier lijken de kleren gewoon niet gemaakt voor mij. Het is zo recht en er is geen ruimte voor mijn billen. Ik kocht een naaimachine en leerde via internet zelf kleding maken.’

WE Be Sisters, webshop, maat 38 tot en met maat 50

‘Dit empowert mij enorm’

In Zuid-Afrika was ze niet bezig met kleding of duurzaamheid, maar in Nederland is dat anders. ‘Ik ben niet van de massaproductiekleren. Ik wil mooi gesneden kleding. En dan die verhalen over kledingbedrijven die niet verantwoord produceren…’

Anesca besluit het anders te doen en begint gewoon. Met het maken van een collectie, zelf genaaid op haar eigen naaimachine. Ze bouwt zelf een webshop, organiseert een fotoshoot en We Be Sisters is een feit. ‘Dat is het mooie van internet en van deze tijd. Ik kan het allemaal zelf doen en het empowert mij enorm.’

we be sisters

Magie naar Nederland brengen

Haar inspiratie doet Anesca op tijdens haar vakantie in Zuid-Afrika in april. ‘De vrouwen in Zuid-Afrika kleden zich mooi en traditioneel. Ik wil wat van die magie naar Nederland brengen.’

Je ziet dan ook veel kleur in de eerste collectie van We Be Sisters. ‘Toen het eenmaal af was, dacht ik wel, wacht even, het is winter. Maar ja, ik ben een zomermens. Een zuidelijk meisje in het noorden. Ik ga door tot ik mijn groove vind. Niet veel basics, maar wel statement pieces. Items waar ik mijn eigen stempel op kan drukken.’

De collectie is beschikbaar vanaf maat 38 tot en met maat 50. De t-shirts gaan tot en met maat 46. De eerste 15 stuks staan nu in de webshop. Iedere maand wil Anesca de webshop aanvullen met enkele nieuwe stukken.

blauwe rok, we be sisters,

Plannen voor de toekomst

‘Ik maak geen grote oplages. Als ik meer ga verkopen, wil ik gaan werken met Nederlandse naaigroepen. Er zijn er heel wat in Nederland, vaak met veel migrantenvrouwen of vluchtelingen. Mijn plan is om de productie op een gegeven moment uit te besteden aan die groepen.’

Tien procent van de winst van We Be Sisters schenkt Anesca aan een goed doel. Op dit moment aan de Young Africa, een organisatie die zich inzet voor jeugd en gehandicapten in Afrika. In de toekomst wil Anesca met een deel van de opbrengst van de webshop besteden aan internet op scholen in Zuid-Afrika. ‘Internet is in Zuid-Afrika niet zo vanzelfsprekend als het hier in Nederland is.’